Lincoln in the Bardo

On our wedding day I was forty-six, she was eighteen.

Don’t judge a book by its title. Or maybe don’t expect to know what is going to happen by a book’s title. I thought Lincoln – like the American president. I thought Bardo – a kind of Buddhist limbo, add those and you get something eerie, cool, spooky about mourning, the afterlife and discussing religion.

Instead I got a collection of (fictional) citations and quotations about Abraham Lincoln, his dead son and a lot of people I’ve never heard of before.

It took some time to adjust.

Both Lincolns are very little part of this story. It is about the Bardo and how people of all walks of life experience it while avoiding the reality of having died. As mentioned before – this doesn’t happen in continuous prose, you seem to be paging through an encyclopedia of Americans that have died in the time before Abraham Lincoln. Why? Because some of them look out for Willie Lincoln, and are impressed that Abraham continues to visit his son and mourn him.

So it’s not a story about the American president, it’s a little bit about mourning, it’s a too little bit about what the Bardo is, how it works and what it looks like, and the rest of it is – I guess – about the skills of one George Saunders in bringing a lot of character sheets together and passing them off as novel.

2020 isn’t a great year for books, just yet.

Lincoln in the Bardo, George Saunders, Bloomsbury 2017

Een bedroefde God

Toen hij door de Veverístraat liep, moest hij denken aan tante Hrbácková.

Extra tekens niet toegevoegd, excuses aan de Tsjechische taal. Na Het achtste leven (voor Brilka) had ik een honger voor meer Oost-Europese verhalen; natuurlijk is dat een grote paraplu maar het is een nieuwe invalshoek die ik graag invul.

Niks tegen Kratochvil, maar dit was niet de volgende Het achtste leven. Ten eerste was het verhaal stukken korter en waren er minder personages: soort van twee, maar eigenlijk maar eentje. Het draait om familie, maar de familie is vooral een tegenstander; geen onderdeel van het verhaal.

Buitenom het plot van (licht-)criminele familie die de hoofdpersoon vooral wilt ontwijken, is er ruimte voor de stad waar het verhaal zich grotendeels in afspeelt: Brno. Parijs – voor een uitstapje – wordt ook op zo’n manier weggezet dat ze bijna meer de aandacht vragen dan het plot.

De schrijfstijl is stug en de hoofdpersoon lijkt ook niet enthousiast om zijn leven en gedachtes te delen. Hierdoor kreeg ik het gevoel dat het een koud boekje is, een kort verhaal uit een bundel die alle Tsjechische verhalen bevat, maar ik die net kwijt ben geraakt.

De begeleidende tekst vertelt dat de auteur graag op verschillende niveaus verwart. Dat is hem in ieder geval gelukt.

Een bedroefde God, Jirí Kratochvil, Uitgeverij Kleine Uil 2019

Moord op de moestuin

De hele geschiedenis begon toen mijn zuster en zwager een pan soep kwamen brengen.

Misschien wel vreemdste en meest-vermakelijke niet-detective van het jaar. Ik bedoel: meerdere verdwijningen en schedels, maar toch vooral focus op volkstuintjes en wat je daar allemaal in tegenkomt, inclusief de vreemde vogels (menselijke versie).

Judith is een pasgetrouwde auteur waarvan haar schrijven verdwenen is en haar man recent aan zijn hart geopereerd. Haar zus nodigt hen uit voor een zomer weg, naar blijkt bij jeugdvriendinnen, en met daar zeer dichtbij in de buurt tuinen/tuintjes.

Zo kabbelt het allemaal rustig door tot een ‘gruwelijke vondst’ (quote van de flaptekst) voorzichtig een tipje van de sluier die over de gezapige tuintjes hangt oplicht. Maar zelfs dan verandert het tempo van het verhaal niet, wat voor enige vervreemding zorgt. Een vervreemding die ikzelf zeer kon waarderen: de detective met urgentie, flash-backs en eendimensionale monologen zijn er genoeg.

Daarnaast levert Nicolien Mizee in een niet al te dik boek een verhaal dat indikt op verschillende menselijke verhalen op een manier die bijna mythologisch aandoet. Misschien is de moestuin wel een hel, of op zijn minst een limbo. Het zorgt in ieder geval voor een goed verhaal.

Moord op de moestuin, Nicolien Mizee, Nijgh & Van Ditmar 2019

Albatross

“Would you mind if I measured your extremities?”

Never thought that I’d be disgruntled by a happy ever after, but here we are.

The nice things about this story: a love for fountain pens, writing, language and for the majority of the time a very grounded few of oneself of the protagonist. It starts out as a fun, coming-of-age story with a weird quirk. No, I don’t give a toss about golf, but thankfully the protagonist recognises that and doesn’t bother the reader too long with descriptions of the game. One of the side-characters is completely annoying and would never get the function he has in real life with such behaviour, but soit. Fiction.

The albatross of the story is Adam. His teacher takes his measurements and – by calculating them through a random study by annoying side-character – discovers that he is a golf talent. Golf success follows, even though Adam doesn’t care about the game at all. The money doesn’t hurt though, and that’s largely his motivation for making the decisions he makes.

At first Adam is baffled by all of it, but he all too soon and smoothly takes it all in, and from that part on – there’s just not much to the story. He gets everything he wants, life moves in the direction he wants, his love story finishes the way he wants to … it’s all quite dull.

And this is just partially coming from a place of jealousy.

Albatross, Terry Fallis, McClelland & Stewart 2019

Mermaid

Je bent er nog niet klaar voor, mijn kind.

Ik ben een sucker voor mythologie en zeker hervertellingen er van. Deze keer duldde ik er zelfs een vertaling voor. En het stelde niet eens teleur.

Mermaid (waarom is de titel half in het Nederlands en half in het Engels?) is een variatie op het verhaal van de kleine zeemeermin, en dan dichter bij het origineel (veel pijn, veel verdriet) dan dat van Disney, en dan ook nog met een boel inzichten.

Omdat dit een realistische (ja, ondanks de meerminnen) variatie is, zijn die inzichten niet al te luchtig en fijn. Hoofdpersoon Gaia mag dan pas vijftien zijn, de schellen vallen haar wel heel snel van de ogen, en dan was ze om te beginnen al niet zo naïef.

Hierdoor is Mermaid een sprookje zoals ze vroeger werden gemaakt – om van te leren. In dit geval met zeer pijnlijke voeten en een bittere conclusie, maar desalniettemin een Wijze Les die zeker voor deze doelgroep zeer nuttig kan zijn. En dan was de er omheen-gebouwde wereld nog aantrekkelijk ook.

Mermaid – Dromen van het onmogelijke, Louise O’Neill, Young & Awesome 2018

Hoogste tijd

De gong slaat drie keer, langzaam dooft het licht, en met het zachte ruisen van het doek verspreidt zich de muffe geur van kunstmatig leven.

Heb ik zowaar toch eens een Nederlandse auteur gelezen. Een Auteur, zelfs. Laat ik er nu niet te veel aantillen – het blijkt dat ik ‘m al eerder heb gelezen. Al was dat non-fictie.

Maar wat vond ik er dan van? Ja, jeetje. Met een Auteur lees je niet alleen zijn verhaal en zijn stijl, je leest de meningen van anderen en hang daar (misschien wel) je verwachtingen aan. Als ik mij goed kan herinneren is deze mij eens aangeraden door een Nederlands docent om een ‘On-Mulisch-achtige’ Mulisch te lezen. Misschien vond ik het wel interessant omdat het over theater en acteren ging.

Heel kort gezegd gaat het over een oude man met een verleden in het theater die opgezocht wordt om (nog één keer) een rol te spelen. Iets minder kort gezegd betekent dat de lezer de oude man volgt, de rol die hij speelt, en overpeinzingen die door verschillende toneelstukken en verledens behelzen.

Dat is wat het verhaal voor mij interessant maakte, maar zeker ook – naar het einde toe – verwarrend. Zijn het hallucinaties, is het niet meer dan een observatie dat bij goed acteren de acteur verandert in/besmet raakt met degene die hij/zij speelt? Is het leven één groot toneelstuk?

Niet elke plotlijn is even makkelijk te verteren, en sommige opmerkingen zijn op z’n minst ‘ouderwets’, maar het lichtvervreemde in combinatie met een Amsterdam die tegenwoordig compleet verdwenen lijkt – ja, ik vond het wel een ervaring.

Hoogste Tijd, Harry Mulisch, Bezige Bij 1985

The Au Pair

We have no photographs of our early days, Danny and I.

Right up my alley, this one. Family secrets, a tinge of the supernatural and people using lipstick to write on mirrors.

After a death in the family, Seraphine discovers a photograph that makes her doubt her family history. She’s always felt different (isn’t that how it always starts?), and now feels like she can finally turn that feeling into something solid.

Good thing she still lives in her family home and plenty of hints are quite easily found. Is it witches, fairies, or just the cute little villagers that had always enjoyed a good gossip about the weirdos in Summerbourne house?

We are strung along just a tad too long, but the decorations along the way are fun enough to not be very disgruntled about it. In less than 300 pages Emma Rous sets up an entertaining tent with solid poles keeping up a well-set story. If there would have been more room for the supernatural, I would have given it an extra star.

The Au Pair, Emma Rous, Penguin Random House 2018

An Ocean of Minutes

People wishing to time travel go to Houston Intercontinental Airport.

Is dystopia less scary to me when it happens in the past? For someone that doesn’t like dystopian stories, this is the second one I read in two months.

This time it’s an epidemic and time travel that gets us where we end up; although – we end up in the past. The protagonist is sent into the future from the eighties, and ends up in 1998. Oof, isn’t that an awful long time ago?

Of course, because that’s how it goes, things go quite awry, and Polly has to adjust not just to a new time, but to new surroundings and societal rules. This being a dystopian story – things didn’t improve.

The twist of this story – it masquerading as a love and time travel story, while it really isn’t – is also the most appealing feature of it. Besides that it’s too muted, lamenting and passive to feel anything but a tinge of relief of having finished this.

An Ocean of Minutes, Thea Lim, Penguin Random House 2018

The Coincidence Engine

‘They’ve found the pilot.’

I’ve owned this book for ages, and I’m pretty sure that I read it before or at least partially. Per story line my opinion fluctuated on it, and as a harsh, firm book owner, this book will be donated soon.

I’m sure both the cover as the summary will draw several eyes, though. There’s things going on, it’s science fiction without having too much science, there’s shenanigans and hijinks, and – both a pro and a con – a lot of different story lines for everyone to find something of their liking.

Because there is a young man traveling through the USA to surprise his girlfriend, but there’s also a recluse math genius, and that plane. There’s a very secret government agency, more secret-y people and a machine that might impact/ruin/improve everything.

Besides the several story lines that can make you feel so-so about this story, there’s also something strangely stilted about it. What if fewer lines would have been added, and more world-building to the rest? Why does the ending feel like the author just didn’t feel like writing any more, and should we view all this as a commentary on life, coincidences and authorities, or is that looking for something that isn’t there?

All that makes The Coincidence Engine more a collection of gimmicks than a mind-blowing, eye-opening story. Or even just full-time entertaining.

The Coincidence Engine, Sam Leith, Bloomsbury 2011

Fleishman is in Trouble

Toby Fleishman awoke one morning inside the city he’d lived in all his adult life and which was suddenly somehow now crawling with women who wanted him.

Good gravy, there is a lot going on here. One of those stories that pulls the rug under your feet and even while it happens, you are a bit disbelieving of the fact. I don’t even know if I liked this.

I am still thinking about it, though. About the people involved, and how important it is to have the right angle on any subject.

Which Fleishman is in trouble? Toby Fleishman is the main character – at least for a very long time. He’s divorcing his wife Rachel, and the narrator follows him in every part of his life (neatly compartmentalised): at work, as a father, as a(n almost) single man. It’s that last part that could well get on your nerves quite fast: Toby describes in detail how he feels like a kid in the candy store; the candy here being women of every shape, size and age.

But is this a story about a man’s middle life crisis, or a lament for the softer kind of man that chose children over endless riches and career promotions, and who managed to end up with a woman that did the complete opposite?

You can’t say too much about Fleishman is in Trouble without showing too much of the story, nor do I exactly know how to put its appeal into words. Maybe it’s disaster-tourism: maybe the unpleasant surprise of bad judgement.

Fleishman is in Trouble, Taffy Brodesser-Akner, Penguin Random House 2019