Suicide Squad

137 min.

In de categorie recente DCEU films keek ik zowel Wonder Woman als Suicide Squad. Omdat de eerste voor mij zo tegenvallend mat was, schrijf ik alleen een blog over deze. In Suicide Squad gebeurt er in ieder geval meer, in meerdere kleuren.

suicide-squad-posterDat van die kleuren is bijzonder, omdat een groot deel van de DCEU films iets te maken hebben met Zack Snyder, en Zack Snyder heeft het niet zo op kleuren buiten zestig tinten blauw. Bij Suicide Squad is het nog steeds mat, maar wel in enkele primaire kleuren. Misschien omdat het onderwerp deze keer bad guys zijn.

Als tegenhanger van Superman en dergelijke, wilt een gruizige organisatie graag een team met supersterke, bijzondere mensen; gewone wapens doen niets tegen machtige aliens tenslotte. Hiervoor wordt een stel criminelen verzameld, en om zich te laten gedragen, krijgen ze een explosieve chip geïnjecteerd.

Het vermakelijke zit in hoe enkele acteurs hun rollen invullen. Will Smith is altijd makkelijk om naar te kijken, en zo zijn er nog een paar die je er aan herinneren dat je niet te veel op het plot of de speelomgeving hoeft te letten. De rest zit helaas vast in stereotypes of slecht acteerwerk.

De soundtrack is ook wel leuk, en als je de te lange vechtscènes doorzapt (wat is dat toch voor vervelende trend?), ben je net zo snel door de film als je bak popcorn. Allebei hebben hetzelfde niveau van voedzaamheid.

Suicide Squad, Atlas Entertainment 2016

 

De lege etalage

Somos felices aquí.

Een beetje minder herhaling had best gekund, Van Iperen. Zelfs als de lezer maar een hoofdstuk per keer leest, hoeven de feiten niet elk derde hoofdstuk herhaald te worden.

Trieste feiten, helaas. Cuba is niet eens de eerste (noch vast de laatste) in de categorie van landen vol (vruchtbaar) potentieel, om vervolgens vernietigd te worden door een overheid/autoriteit die de kolder in de kop krijgt. Is het eindelijk afhankelijk van de Spanjaarden, de Russen en de Amerikanen, valt alles uit elkaar door een corrupte versie van communisme/socialisme (ik vermoed dat Castro het zelf ook niet meer weet).

En dan komen de verhalen van armoede en hypocrisie. De tweede om de eerste te ontwijken, want het is niet veilig om kritiek te spuien. Ook al moeten dochters prostitueren, worden inwoners bij toeristische spots weg gehouden alsof de armoe besmettelijk is, en worden woonruimtes uit ingestorte gebouwen gecreëerd. Er is niets anders, namelijk. Voor de inwoner is er niks, behalve de zwarte markt en de onzekerheid.

Dit is een boek uit 1996, en het milde optimisme (‘In 2000 kunnen we misschien met een wederopbouw beginnen’) prikt maar een klein beetje. Kom maar met een update, Van Iperen. Laat de liefste mensen van Zuid-Amerika uitspreken of er nog iets van die hoop over is. Knip de herhalingen er uit en het pagina-aantal hoeft niet eens te veranderen.

De lege etalage: Cuba na de revolutie, Art van Iperen, Atlas 1996

Een huis vol

Een tijdje na onze verhuizing naar een voormalige anglicaanse pastorie in een dorp vol rustige anonimiteit in Norfolk moest ik naar zolder om uit te zoeken waar een traag maar raadselachtig gedrup vandaan kwam.

Ik had van verschillende kanten gehoord dat Bill Bryson echt verschrikkelijk leuk schreef. Misschien moet ik zijn vertalers dan maar vies aankijken. Maar de langdradigheid en neiging om álles met elkaar te verbinden, leg ik toch echt bij Bryson’s voeten neer. Misschien lag het aan mij, misschien verwachtte ik niet de levensloop van een persoon dat bijna de uitvinder was geworden van een uitvinding waarvan we tegenwoordig niet eens meer het nut van afweten in verband met een slaapkamer.

Er zijn zeker hoofdstukken die op een aantrekkelijke manier geschreven zijn. De connecties zijn duidelijk, de informatie prikkelend en amusant. Ik heb geleerd over de achtergrond van verschillende Engselse uitspraken, herkomsten van namen en grappige (geschiedenis)feithes. Het kan dan ook lovenswaardig genoemd worden dat Bryson ook aandacht aan de minder spannende en samenhangende informatie geeft, maar bij mij testte het echt mijn geduld.

Toch zal ik Bryson nog een kans geven. Met een kleiner boekje en in zijn eigen taal.

Een huis vol: Een kleine geschiedenis van het dagelijks leven, Bill Bryson, Atlas 2010