Hoogste tijd

De gong slaat drie keer, langzaam dooft het licht, en met het zachte ruisen van het doek verspreidt zich de muffe geur van kunstmatig leven.

Heb ik zowaar toch eens een Nederlandse auteur gelezen. Een Auteur, zelfs. Laat ik er nu niet te veel aantillen – het blijkt dat ik ‘m al eerder heb gelezen. Al was dat non-fictie.

Maar wat vond ik er dan van? Ja, jeetje. Met een Auteur lees je niet alleen zijn verhaal en zijn stijl, je leest de meningen van anderen en hang daar (misschien wel) je verwachtingen aan. Als ik mij goed kan herinneren is deze mij eens aangeraden door een Nederlands docent om een ‘On-Mulisch-achtige’ Mulisch te lezen. Misschien vond ik het wel interessant omdat het over theater en acteren ging.

Heel kort gezegd gaat het over een oude man met een verleden in het theater die opgezocht wordt om (nog één keer) een rol te spelen. Iets minder kort gezegd betekent dat de lezer de oude man volgt, de rol die hij speelt, en overpeinzingen die door verschillende toneelstukken en verledens behelzen.

Dat is wat het verhaal voor mij interessant maakte, maar zeker ook – naar het einde toe – verwarrend. Zijn het hallucinaties, is het niet meer dan een observatie dat bij goed acteren de acteur verandert in/besmet raakt met degene die hij/zij speelt? Is het leven één groot toneelstuk?

Niet elke plotlijn is even makkelijk te verteren, en sommige opmerkingen zijn op z’n minst ‘ouderwets’, maar het lichtvervreemde in combinatie met een Amsterdam die tegenwoordig compleet verdwenen lijkt – ja, ik vond het wel een ervaring.

Hoogste Tijd, Harry Mulisch, Bezige Bij 1985

De zaak 40/61

Zolang de historische mensheid bestaat, heeft zij het tafereel gekend van een eenzame man, oog in oog met zijn vernietiging, belichaamd tegenover hem in een college mannen, dat de samenleving vertegenwoordigt.

Om ons te schamen, hoeveel opmerkingen en ideeën uit dit boek (uit 1962) zo in het hedendaagse geplakt kunnen worden. De schuld die bij de slachtoffers gelegd wordt, “kunnen we nu er niet eens over ophouden”, het afschrijven van acties als ‘monsterlijk’ of ‘onmenselijk’ om zo geen verantwoordelijkheid te nemen. Combineer dit met de afwisselende beelden van Israël en hoe men zich er doorheen beweegt (van de Amerikaanse toeristen tot de journalisten) en je kan heel dit boek makkelijk afschrijven als te vreemd/grof/surrealistisch om waar te zijn.

Maar ja, tussendoor is er nog een zaak tegen Adolf Eichmann in Israël, de zaak uit de titel, de nazi die één van de hoofdverantwoordelijken was voor de Holocaust. Het boek is gedateerd, door de taal en sommigen van de gedachten, maar de conclusies zijn duidelijk.

Je zou denken dat we ten eerste dit allemaal al weten en ten tweede er ook naar leven, maar haha. Net zoals de herdenking elk jaar weer wordt betwist, is het lezen van zulke boeken, zo’n zestig jaar later, zeker ook nog nodig. Omdat beide opties niet als waarheid zijn aan te nemen.

De zaak 40/61, Harry Mulisch, De Bezige Bij 2010