Momo en de tijdspaarders

Lang, lang geleden, toen de mensen nog heel andere talen spraken, waren er in de warme landen al grote en prachtige steden.

Ten eerste vraag ik me af waarom Engelse titels veel meer woorden een hoofdletter geven dan Nederlandse. Toen realiseerde ik me ik dacht dat de auteur Michiel en niet Michael heette.

Tot slot sta ik er bij stil hoe kinderboeken soms betere, duidelijker boodschappen geven dan so called volwassen boeken. Het is hier simpel: wat gebeurt er als tijd letterlijk als geld wordt afgeschilderd? Er is geen ruimte meer om te leven, want dingen kunnen altijd sneller en al het ‘onnuttige’ wordt verwijderd. Inclusief plezier, liefde en rust. Steek die maar in je zak.

Daarnaast is er een vreemde eend in de bijt als hoofdpersoon om te laten zien dat het niet allemaal volgens de norm hoeft, en een grote liefde voor verhalen tellen, vrij spelen en zelf uitzoeken wat je leuk vindt, wat kan en wat mag.

Oh, en dan ook nog even een filosofische dip richting het gebied van hoe de hemel er uitziet en wat tijd voor invloed er op heeft.

Kom daar maar eens mee in een volwassen roman.

Momo en de tijdspaarders, Michael Ende, Lemniscaat 1975

Hasse Simonsdochter

O, de suizelende wind door het jonge riet!

Het aanbod in minibiebjes is zeer, zéér wisselend, maar een paar weken geleden had ik een Thea Beckman-jackpot. De boeken over Thule liet ik voor een ander staan (puur om die geweldigheid met anderen te delen), maar van deze titel twijfelde ik of ik het ooit gelezen had.

Nu ik ‘m uit heb, weet ik het nog steeds niet, maar daar lees je dan ook tachtig boeken per jaar voor. Dat maakt ook helemaal niet uit, ik heb genoten en dat is belangrijker.

Thea Beckman is een instituut, maar ik maakte me toch een beetje zorgen of de nostalgie sterker was dan mijn herinnering van kwaliteit. Bestaat dit genre sowieso nog wel, historische Europese avonturen voor tieners en jong-volwassenen? Dit zijn avonturenboeken zoals ze zouden moeten zijn.

Zo lukte het mij ook heel snel om mijn volwassen-bril af te zetten (want oef, de taal soms, en de opmerkingen soms!) en voluit mee te gaan in Hasse’s avonturen die als vreemd ‘elfenkind’ toch maar mooi zich bij huurlingen aansluit, mensen en dieren redt en bijna helemaal leeft zoals ze wilt. En dat in de vijftiende eeuw.

Hasse Simonsdochter, Thea Beckman, Lemniscaat 1983

 

Will Grayson, Will Grayson

Toen ik klein was zei mijn vader altijd tegen me: ‘Will, je kunt in je neus pulken, je kunt in je neus pulken waar je vriend bij is, maar je kunt niet in je vriend zijn neus pulken.’

Wat was dit leuk zeg. De term YA is flink ingeburgerd, maar lijkt vaak in het verlengde te liggen van fantasy. Terwijl er toch genoeg Young Adult literatuur (en lectuur, maar waar ligt die grens?) is zonder vampiers, zombies en elven er bij te betrekken. Zoals Will Grayson, Will Grayson. En die doet het nog gelijk goed ook, een boek voor tieners zijn.

De ene Will Grayson lijdt onder zijn luidruchtige, homoseksuele vriend Tiny, zijn onvermogen om compleet onzichtbaar te zijn en zijn wel/niet verliefdheid op Jane. De andere Will Grayson is depressief, heeft een zielige moeder en leeft eigenlijk alleen voor zijn chat gesprekken met Isaac.
Ze ontmoeten elkaar. Dingen blijken heel anders dan verwacht. Ze leren en er volgt een feel good einde waar Hollywood een puntje aan kan zuigen, alleen omdat het compleet ongeloofwaardig geloofwaardig is. En er ruimte is voor een sequel.

Will Grayson, Will Grayson tilt niet een klein puntje van de sluier over tienerleven op, het trekt de sluier er compleet af. Het is zielig en frustrerend en absurd en verslavend. YA proberen? Ga op zoek naar de Graysons.

Will Grayson, Will Grayson, John Green & David Levithan, Lemniscaat 2010