De vrolijke verrader

George Blake had zich al veertig minuten in een doorgang net binnen de muren van de Londense gevangenis verscholen.

De vrolijke verrader, Simon Kuper, Nieuw Amsterdam 2021

Echt geen idee wat vrolijk is aan dit verhaal of al het verraad eigenlijk, maar dat kan ik ook gewoon gemist hebben.

Simon Kuper levert namelijk een grote berg informatie over spion George Blake die een dubbelagent (Engeland/Sovjet) was tijdens de Koude Oorlog. Het boek gaat niet alleen over Blake maar over misschien wel de beste tijd in de wereld van spionage. Als een complete leek het boek in was best een uitdaging; gelukkig waren er ook hoofdstukken die zo uit een John le Carré-boek kwamen en wat tempo en spanning toevoegden.

Tegelijkertijd blijft het bizar dat dit ten eerste non-fictie is en ten tweede nog niet eens zo lang geleden allemaal gebeurd is. Ook blijft Blake een apart figuur dat het hele verhaal allemaal net iets vreemder en daardoor aantrekkelijker maakt.

Maar wanneer hij nu vrolijk was door zijn verraad? Misschien allitereerde het te lekker om te negeren.

Comment je suis devenu super-héros

101 min.

Aardige superheldenfilm die eens niet aan Marvel of DC Comics is gebonden. Echter niet helemaal origineel – gebaseerd op een roman.

Er is mooi (gemaakt) spektakel met een leuk plotje over superkrachten als drugs en een Eenzame Detective die hier natuurlijk Iets mee te maken heeft.

Daarbovenop is er net genoeg verdieping om niet verveeld te raken maar ook niet in de lach te schieten door alle kronkels, maar vooral fijn: niet eindelijk veel vechtscènes die alleen maar tijd vreten en de kijker duizelig maken.

Dus voor hen die wel graag een beetje super wilt zien, maar op de droge, Franse manier waarop zij science fiction behandelen: dit is een heel aardig filmpje.

The Young Pope

10 x 50 minutes

The Young Pope is één van de TV-shows in mijn Netflix-lijst waarvan ik me afvraag waarom het er in staat. Jude Law is allang niet meer aantrekkelijk, Diane Keaton steunt Woody A., en het Vaticaan? De katholieke kerk? Brrr!

Ik heb de serie in iets minder dan een maand afgekeken en ben nu bezig met het ‘vervolg’: The New Pope.

Ik vind het een snertterm, maar dit is een acteursserie. Iedereen acteert zich het snot achter de ogen (in de ogen?), en het is allemaal goed, gruwelijk, gemeen (niet goddelijk, ondanks de omgeving).

Het plot? Nieuw-verkoren (” “) paus lijkt minder makkelijk te beïnvloeden en besturen dan verwacht. Verre van zelfs, wat een vervelende man. Maar ja God’s vertegenwoordiger op aarde, dus hoe kom je daar van af? Met dat gekonkel op de achtergrond als continue stroom, zijn er ook nog aflevering-lange situaties die misschien iets van sympathie voor de paus opwekken. Maar net zo vaak juist helemaal niet.

Het is geen binge-serie: ik keek nooit meer dan één aflevering per keer – het is te taai om vlot doorheen te zoeven. En ik weet ook nog steeds niet precies waaróp ik ‘t zou aanraden (al dat acteurswerk?). Maar vermaakt heb ik mij wel.

De aanslag

Ver, ver weg in de tweede wereldoorlog woonde een zekere Anton Steenwijk met zijn ouders en zijn broer aan de rand van Haarlem

De aanslag, Harry Mulisch, 1982

Toeval bestaat niet: een vriendin die vraagt – een paar uur nadat ik dit boek uit de minibieb heb gehaald – of ik eigenlijk wel eens klassiekers lees. Ik denk dat iedereen die lockdown en avondklok met de oorlog vergelijk mijn voorbeeld maar heel snel moet volgen (en zich in de tussentijd moet doodschamen).

Is er nog wel iets te vertellen over dit boek wat al niet een miljoen keer eerder is genoemd? Vier periodes in het leven van iemand die de oorlog meemaakte, er gigantische wonden oplip en door ging. Verder leefde.

Het zijn zulke andere tijden, omgevingen dat ze bijna allemaal als fictie aanvoelen. De boodschap van het verhaal, de altijd aanwezige dreiging van onheil juist verre van.

Dat het eerste boek dat ik weer eens vlot uitlees nu toch een klassieker van een mannelijke, witte auteur moet zijn; als dat geen mooie aanwijzing is om maar vooral een open blik te houden. Zoals ik zei: toeval bestaat niet.

Niemand vertelt je hier ooit wat

Ze gaan me opereren vandaag.

Het was een situatie waarin vijf sterren een realiteit waren, en die situatie maak ik niet vaak mee als veel-lezende zeur en extra kritisch persoon op Nederlandse auteurs. Maar verdorie: Erik Nieuwenhuis was mijn intense hekel aan open eindes vergeten. Lap, het boek had zelfs langer gemogen wat mij betreft!

Spoiler. Misschien is het niet eens een echt open einde, het verhaal kan best als afgesloten beschouwd worden. Maar er gebeuren vreemde dingen in het verzorgtehuis waarvan Michiel zich niet eens kan herinneren hoe hij er is gekomen en waarom hij er is. En er wordt steeds meer lucht gepompt in de ballon van ‘WAT DAN?’ maar de ballon ontploft maar niet.

Mensen die wel beter los kunnen laten, of het niet erg vinden om zelf de gaten in te vullen, zullen zeker genieten van het lachwekkende want langzaam in unheimlich verandert.

Is dit nu al het tweede Nederlandse boek dit jaar waar ik positief over ben?

Niemand vertelt je hier ooit wat, Erik Nieuwenhuis, Brooklyn 2019

De buitenvrouw

Leerlingen in de eindexamenklassen vonden Theo Altena de minst erge die je voor Nederlands kon krijgen.

Enkele uren nadat mijn moeder mij wees op de Joost Zwagerman-essay prijs (ik twijfel nog over een onderwerp), vond ik dit boek in een buitenbiebje. Toeval bestaat niet?

Dit was mijn eerste boek van de auteur: Nederlandse schrijvers, zeker mannelijke, kunnen mij niet bekoren. Hoogste tijd was daar een uitzondering in, maar ook weer niet op zo’n manier dat ik mij voorlopig een Mulisch-fan noem.

Naast het essay-toeval was het de samenvatting waarvoor ik het boek wel wilde proberen: man wordt zich bewust van racisme in zijn directe omgeving en man is docent Nederlands op het voortgezet onderwijs. En volgens de recensies beschrijft Zwagerman beide dingen zoals het is!

Ik ben docent Engels op het MBO dus ik kan niet alles vergelijken, maar verder is het toch wel zeer regelmatig best confronterend. En het ‘dat is niet racistisch!’ waar je ook bij anders normaal nuchtere mensen tegen aanloopt – ook.

Natuurlijk, ik had de precieze details niet nodig van de lichaamsdelen van Theo’s minnares, maar verder was ik zeer verrast door hoe makkelijk dit boek was en hoe vermakelijk ik het vond.

De buitenvrouw, Joost Zwagerman, De Arbeiderspers 1994

Ninguém Tá Olhando

8 x 25

Netflix biedt het aan als Nobody’s Looking, maar op deze manier weet je tenminste gelijk dat het ondertiteling lezen wordt.

nobody's looking netflixDeze korte serie (ik keek ‘m in een avond en kon nog om tien uur naar bed) gaat over een bureau van beschermengelen waarin een nieuwe aanwinst redelijk snel elke aanwezige regel overtreedt en er nogal een zooitje van maakt. Voordeel van deze serie is dat er ook niet veel meer aan het plot is: niet meerdere plotlijnen die door elkaar lopen en in het niets verdwijnen – dit is gewoon wat er aan de hand is. En dat is vermakelijk.

Tussendoor zijn er nog kleine steekjes onder water over hoe vreemd en kwetsbaar mensen zijn, maar zelfs beschermengelen accepteren dingen ‘omdat het nu eenmaal zo is’, dus zoveel pijn doen die steekjes niet.

En, als roodharige, is het grappig om eens niet de zielloze maar juist de brave hendrik te zijn. Al lijkt het bij sommige beschermengelen wel alsof het niet hun natuurlijke haarkleur is …

Nobody’s Looking, Netflix 2019

 

Wolf

122 min.

Tering, wat een film. Natuurlijk wisten we al dat Nederlandse films best goed kunnen zijn, en dat wanneer de makers ook onderdeel zijn van het verhaal dat ze vertellen – dat het dan best nog wel eens precair, ongemakkelijk en bloedje spannend kunnen worden.

film poster WolfWant natuurlijk, je zou je af kunnen vragen waarom het verhaal van Noord-Afrikaanse immigranten weer afspeelt in achterbuurten, op de rand van legaal en illegaal en tussen niet-Nederlands en niet-origine-van-de-ouders-genoeg. Maar ja, als we elke vijf jaar een film krijgen over de menselijke kant van (Italiaanse) maffia, waarom dan niet die van Nederlanders met een Noord-Afrikaanse achtergrond? Maffia is maffia toch, onder welke huidskleur dat gouden hart toch zit?

Echter, Wolf is niet een film over maffia en criminaliteit. Het is Majid’s verhaal en acteur Marwan Kenzari draagt dat verhaal heel goed. Misschien is hij een kickboks-talent, maar hij kan altijd wel wat meer geld gebruiken en er zijn altijd wel wat klusjes en dan is er familie om voor te zorgen maar wel op zo’n manier dat het wordt geaccepteerd want anders — er is een hoeveelheid bochten en op een gegeven moment stopt Majid met wringen.

Dat je ondanks dat alles niet denkt “Godverdomme, zak”, maar vooral “Doe nou niet, zak” is helemaal aan Kenzari’s acteerwerk.

Wolf, Habbekrats 2013

 

Een bedroefde God

Toen hij door de Veverístraat liep, moest hij denken aan tante Hrbácková.

Extra tekens niet toegevoegd, excuses aan de Tsjechische taal. Na Het achtste leven (voor Brilka) had ik een honger voor meer Oost-Europese verhalen; natuurlijk is dat een grote paraplu maar het is een nieuwe invalshoek die ik graag invul.

Niks tegen Kratochvil, maar dit was niet de volgende Het achtste leven. Ten eerste was het verhaal stukken korter en waren er minder personages: soort van twee, maar eigenlijk maar eentje. Het draait om familie, maar de familie is vooral een tegenstander; geen onderdeel van het verhaal.

Buitenom het plot van (licht-)criminele familie die de hoofdpersoon vooral wilt ontwijken, is er ruimte voor de stad waar het verhaal zich grotendeels in afspeelt: Brno. Parijs – voor een uitstapje – wordt ook op zo’n manier weggezet dat ze bijna meer de aandacht vragen dan het plot.

De schrijfstijl is stug en de hoofdpersoon lijkt ook niet enthousiast om zijn leven en gedachtes te delen. Hierdoor kreeg ik het gevoel dat het een koud boekje is, een kort verhaal uit een bundel die alle Tsjechische verhalen bevat, maar ik die net kwijt ben geraakt.

De begeleidende tekst vertelt dat de auteur graag op verschillende niveaus verwart. Dat is hem in ieder geval gelukt.

Een bedroefde God, Jirí Kratochvil, Uitgeverij Kleine Uil 2019

Hoogste tijd

De gong slaat drie keer, langzaam dooft het licht, en met het zachte ruisen van het doek verspreidt zich de muffe geur van kunstmatig leven.

Heb ik zowaar toch eens een Nederlandse auteur gelezen. Een Auteur, zelfs. Laat ik er nu niet te veel aantillen – het blijkt dat ik ‘m al eerder heb gelezen. Al was dat non-fictie.

Maar wat vond ik er dan van? Ja, jeetje. Met een Auteur lees je niet alleen zijn verhaal en zijn stijl, je leest de meningen van anderen en hang daar (misschien wel) je verwachtingen aan. Als ik mij goed kan herinneren is deze mij eens aangeraden door een Nederlands docent om een ‘On-Mulisch-achtige’ Mulisch te lezen. Misschien vond ik het wel interessant omdat het over theater en acteren ging.

Heel kort gezegd gaat het over een oude man met een verleden in het theater die opgezocht wordt om (nog één keer) een rol te spelen. Iets minder kort gezegd betekent dat de lezer de oude man volgt, de rol die hij speelt, en overpeinzingen die door verschillende toneelstukken en verledens behelzen.

Dat is wat het verhaal voor mij interessant maakte, maar zeker ook – naar het einde toe – verwarrend. Zijn het hallucinaties, is het niet meer dan een observatie dat bij goed acteren de acteur verandert in/besmet raakt met degene die hij/zij speelt? Is het leven één groot toneelstuk?

Niet elke plotlijn is even makkelijk te verteren, en sommige opmerkingen zijn op z’n minst ‘ouderwets’, maar het lichtvervreemde in combinatie met een Amsterdam die tegenwoordig compleet verdwenen lijkt – ja, ik vond het wel een ervaring.

Hoogste Tijd, Harry Mulisch, Bezige Bij 1985