Fyra ar till

87 min.

Ik zeg het maar alvast: deze film heeft nogal outdated en genante ideeën over homoseksualiteit en biseksualiteit. Ook geuit door homo’s.

En toch raad ik deze film niet af, en dat zegt iets over het aanbod van queer romances.

De relatie tussen de twee mannen is aandoenlijk, humoristisch, realistisch. Laat deze variatie op Romeo & Julia je op weg naar het happy end iets leren over Zweedese politiek. Vergelijk 2010 met nu en zwijmel mee met deze sukkels.

Oftewel; roeien, riemen, etc. Als je homoseksuele romantiek wilt die eens niet in dood of ziekte eindigt, doet Fyra ar till (Four More Years) het zo slecht nog niet.

Sorry We Missed You

100 min.

Dat noem ik nog eens horror. De regisseur van deze film staat wel bekend om zijn “activistische” verhalen (je zou het ook gewoon realistisch kunnen noemen), maar met deze is het wel allemaal heel naar. Lichtpuntjes few and far between.

Terwijl je aan het begin nog wel even denkt dat deze man problemen maakt die er niet zijn. Ga nu maar eerst onder een baas werken, er zijn wel meerdere mensen die niet genieten van hun baan. En dan blijken er ook nog een grote hoeveelheid schulden te zijn? Oof.

Maar de protagonist loopt in de val van onderaannemer en is zijn leven vervolgens kwijt aan altijd meer pakketten bezorgen. Als daar het horror-kwartje niet bij valt, heb je oogkleppen op of vergeet je dat bezorgers ook gewoon mensen zijn.

En zo is het bijna honderd minuten lijden omdat als je eenmaal in een gat zit, je er niet meer zelf uit kunt klimmen.

Strangers with the Same Dream

When Ida arrived in the new place and saw the hot sun broken over the mountain’s crust and the sky above it an impossible ravaged blue, she felt that she had been dead up until that moment.

Strangers with the Same Dream, Alison Pick, Alfred A. Knopf 2017

I guess I needed some more naive world-improvers in my life. This time it’s Jews (secular and otherwise) that are sure that they will create a safe, wonderful, prolific place for them. Somewhere already some people live, but hey – they were promised and it’s just shacks, anyway.

Yep. We know what’s going on here.

Alison Pick gives us the point of view from three people involved: Ida, David and Hannah. The first is a stranger, the second two a couple, but ‘strangers’ definitely fits all of them. Unfitting ideas about each other and the good of the community, terrible communication and all the time that build up to something bad happening.

The one downside to this book is that the POV overlap A LOT. Just a small shift in time would have shown us more about everyone’s history and the development of the land of community. Now parts turn into a he-said/she-said what sabotages that delightful build up.

Let’s try some lighter reading next.

De meest besproken man van Nederland

De meest besproken man van Nederland zit om 05.00 uur rechtop in zijn bed.

De meest besproken man van Nederland, Jeroen Pen, Uitgeverij Pluim 2021

Had een vrouw dit ook gepubliceerd gekregen, vraag ik mij af een paar uur na het uitlezen ervan.

Weinig verder aan te merken op deze ‘we doen alsof het een roman is’-roman, maar een man zonder journalistieke opleiding krijgt kansen die de vrouwelijke journalistieke student nooit zal ervaren omdat ze al na x aantal minuten uit gebrek aan betalend werk maar de communicatie in gaat. Ja, ik spreek uit ervaring en ben nog steeds bitter. Enfin.

Jeroen Pen schrijft over freelance/flexibele schil/vaste-contractenterreur in de mediamwereld. Over de dinosauriërs die wel de komeet aan zien komen, maar niet weten hoe er mee om te gaan. Allemaal – als mededertiger – veels te herkenbaar. Bek houden over de staat van de werkomgeving en doorbuffelen – dat ook.

Zo is dit een zeer milleniaanse klacht over media, de vorige generatie, de economie en hoe er tegen werk aan gekeken wordt. Vlot geschreven en zonder enige verdieping of oplossingen dus een lekkere aderlating.

Aan te merken? Het ouderwetse, seksistische gedrag van de vaste-contracters had vast wel alleen benoemd kunnen worden om Otto’s innerlijke feminist/one of the boys-strijd te tonen, in plaats van in detail te benaderen. Maar hier spreekt dan ook een sneeuwvlokje.

De vrolijke verrader

George Blake had zich al veertig minuten in een doorgang net binnen de muren van de Londense gevangenis verscholen.

De vrolijke verrader, Simon Kuper, Nieuw Amsterdam 2021

Echt geen idee wat vrolijk is aan dit verhaal of al het verraad eigenlijk, maar dat kan ik ook gewoon gemist hebben.

Simon Kuper levert namelijk een grote berg informatie over spion George Blake die een dubbelagent (Engeland/Sovjet) was tijdens de Koude Oorlog. Het boek gaat niet alleen over Blake maar over misschien wel de beste tijd in de wereld van spionage. Als een complete leek het boek in was best een uitdaging; gelukkig waren er ook hoofdstukken die zo uit een John le Carré-boek kwamen en wat tempo en spanning toevoegden.

Tegelijkertijd blijft het bizar dat dit ten eerste non-fictie is en ten tweede nog niet eens zo lang geleden allemaal gebeurd is. Ook blijft Blake een apart figuur dat het hele verhaal allemaal net iets vreemder en daardoor aantrekkelijker maakt.

Maar wanneer hij nu vrolijk was door zijn verraad? Misschien allitereerde het te lekker om te negeren.

Comment je suis devenu super-héros

101 min.

Aardige superheldenfilm die eens niet aan Marvel of DC Comics is gebonden. Echter niet helemaal origineel – gebaseerd op een roman.

Er is mooi (gemaakt) spektakel met een leuk plotje over superkrachten als drugs en een Eenzame Detective die hier natuurlijk Iets mee te maken heeft.

Daarbovenop is er net genoeg verdieping om niet verveeld te raken maar ook niet in de lach te schieten door alle kronkels, maar vooral fijn: niet eindelijk veel vechtscènes die alleen maar tijd vreten en de kijker duizelig maken.

Dus voor hen die wel graag een beetje super wilt zien, maar op de droge, Franse manier waarop zij science fiction behandelen: dit is een heel aardig filmpje.

The Young Pope

10 x 50 minutes

The Young Pope is één van de TV-shows in mijn Netflix-lijst waarvan ik me afvraag waarom het er in staat. Jude Law is allang niet meer aantrekkelijk, Diane Keaton steunt Woody A., en het Vaticaan? De katholieke kerk? Brrr!

Ik heb de serie in iets minder dan een maand afgekeken en ben nu bezig met het ‘vervolg’: The New Pope.

Ik vind het een snertterm, maar dit is een acteursserie. Iedereen acteert zich het snot achter de ogen (in de ogen?), en het is allemaal goed, gruwelijk, gemeen (niet goddelijk, ondanks de omgeving).

Het plot? Nieuw-verkoren (” “) paus lijkt minder makkelijk te beïnvloeden en besturen dan verwacht. Verre van zelfs, wat een vervelende man. Maar ja God’s vertegenwoordiger op aarde, dus hoe kom je daar van af? Met dat gekonkel op de achtergrond als continue stroom, zijn er ook nog aflevering-lange situaties die misschien iets van sympathie voor de paus opwekken. Maar net zo vaak juist helemaal niet.

Het is geen binge-serie: ik keek nooit meer dan één aflevering per keer – het is te taai om vlot doorheen te zoeven. En ik weet ook nog steeds niet precies waaróp ik ‘t zou aanraden (al dat acteurswerk?). Maar vermaakt heb ik mij wel.

De aanslag

Ver, ver weg in de tweede wereldoorlog woonde een zekere Anton Steenwijk met zijn ouders en zijn broer aan de rand van Haarlem

De aanslag, Harry Mulisch, 1982

Toeval bestaat niet: een vriendin die vraagt – een paar uur nadat ik dit boek uit de minibieb heb gehaald – of ik eigenlijk wel eens klassiekers lees. Ik denk dat iedereen die lockdown en avondklok met de oorlog vergelijk mijn voorbeeld maar heel snel moet volgen (en zich in de tussentijd moet doodschamen).

Is er nog wel iets te vertellen over dit boek wat al niet een miljoen keer eerder is genoemd? Vier periodes in het leven van iemand die de oorlog meemaakte, er gigantische wonden oplip en door ging. Verder leefde.

Het zijn zulke andere tijden, omgevingen dat ze bijna allemaal als fictie aanvoelen. De boodschap van het verhaal, de altijd aanwezige dreiging van onheil juist verre van.

Dat het eerste boek dat ik weer eens vlot uitlees nu toch een klassieker van een mannelijke, witte auteur moet zijn; als dat geen mooie aanwijzing is om maar vooral een open blik te houden. Zoals ik zei: toeval bestaat niet.

Niemand vertelt je hier ooit wat

Ze gaan me opereren vandaag.

Het was een situatie waarin vijf sterren een realiteit waren, en die situatie maak ik niet vaak mee als veel-lezende zeur en extra kritisch persoon op Nederlandse auteurs. Maar verdorie: Erik Nieuwenhuis was mijn intense hekel aan open eindes vergeten. Lap, het boek had zelfs langer gemogen wat mij betreft!

Spoiler. Misschien is het niet eens een echt open einde, het verhaal kan best als afgesloten beschouwd worden. Maar er gebeuren vreemde dingen in het verzorgtehuis waarvan Michiel zich niet eens kan herinneren hoe hij er is gekomen en waarom hij er is. En er wordt steeds meer lucht gepompt in de ballon van ‘WAT DAN?’ maar de ballon ontploft maar niet.

Mensen die wel beter los kunnen laten, of het niet erg vinden om zelf de gaten in te vullen, zullen zeker genieten van het lachwekkende want langzaam in unheimlich verandert.

Is dit nu al het tweede Nederlandse boek dit jaar waar ik positief over ben?

Niemand vertelt je hier ooit wat, Erik Nieuwenhuis, Brooklyn 2019

De buitenvrouw

Leerlingen in de eindexamenklassen vonden Theo Altena de minst erge die je voor Nederlands kon krijgen.

Enkele uren nadat mijn moeder mij wees op de Joost Zwagerman-essay prijs (ik twijfel nog over een onderwerp), vond ik dit boek in een buitenbiebje. Toeval bestaat niet?

Dit was mijn eerste boek van de auteur: Nederlandse schrijvers, zeker mannelijke, kunnen mij niet bekoren. Hoogste tijd was daar een uitzondering in, maar ook weer niet op zo’n manier dat ik mij voorlopig een Mulisch-fan noem.

Naast het essay-toeval was het de samenvatting waarvoor ik het boek wel wilde proberen: man wordt zich bewust van racisme in zijn directe omgeving en man is docent Nederlands op het voortgezet onderwijs. En volgens de recensies beschrijft Zwagerman beide dingen zoals het is!

Ik ben docent Engels op het MBO dus ik kan niet alles vergelijken, maar verder is het toch wel zeer regelmatig best confronterend. En het ‘dat is niet racistisch!’ waar je ook bij anders normaal nuchtere mensen tegen aanloopt – ook.

Natuurlijk, ik had de precieze details niet nodig van de lichaamsdelen van Theo’s minnares, maar verder was ik zeer verrast door hoe makkelijk dit boek was en hoe vermakelijk ik het vond.

De buitenvrouw, Joost Zwagerman, De Arbeiderspers 1994