Why Be Happy When You Can Be Normal

When my mother was angry with me, which was often, she said, ‘The Devil lead us to the wrong crib.’

This was a surprise feminist story. And much more. Winterson admits that she can’t write chronologically, that her pen goes where her mind goes. So this is autobiographical, a story about growing into feminism, a story about adoption and a history shot: the frozen time of the sixties in a place that’s neither North nor South England. Don’t expect any laughs, because it’s a very sad story as well.

Jeanette Winterson is adopted by Ms. Winterson and her husband, a shadowy figure in the back that is never really part of anything. Ms. Winterson is an incredibly angry, joyless person who is waiting for the End of the World to happen. She is continuously disappointed by everything, disapproving and a dark cloud in Jeanette’s life. Even though you try to understand that this is a human being and there will be reasons for the way she is, it’s very easy to cast her as the horrible villain of this story.

Not that there are no other contenders for that spot. Society, the small town they live in and Jeanette herself, struggling with so many thoughts and feelings and always coming back to a point a not-adopted child simply couldn’t recognize as a problem. As a reader you’re ping-ponged between the heavy feelings of ‘why bother’, being unloved and never fitting in. It doesn’t make for a book you want to curl up with for a nice escape.

It makes a book that shows how incredibly important family is, how important the feeling of belonging and having connections are. To this day, Winterson is still working out how love fits into her life, how a healthy relationship should be. A lot of things are said by adoption, but this book gives you the first person view on it.

Why Be Happy When You Can Be Normal, Jeanette Winterson, Cape 2011

Vrouw zijn, hoe doe je dat

Daar ga ik, op mijn dertiende verjaardag.

Ik wil even benadrukken dat niet elke feminist denkt of functioneert zoals Caitlin Moran. Ik wil ook zeggen dat kritiek leveren op een andere feminist best kan, zonder aan te tonen dat feminisme een zuur, ruziënd zooitje is.
Op naar het boek.

Vrouw zijn, hoe doe je dat is een lawaaierige mix van memoires, meningen en “hilarisch” taalgebruik. Je bent schijnbaar geen sterke vrouw als je niet durft te roepen dat je een feministe bent en je borsten en vagina geen naam geeft. Zo’n toon. De auteur vindt het hoog tijd dat het militant feminisme terug komt en onderstreept dat met voorbeelden vol chagrijn.

Dat is jammer, want van tijd tot tijd heeft Moran stevige punten. Goede zelfs. Ze kan het dus wel, op een nuchtere manier bespreken wat wel en niet (volgens haar) onder feminisme valt. Het wordt alleen ondergesneeuwd door zinnen waarvoor je alleen uit schaamte om lacht. Ik kan mij niet herinneren wanneer ik laatst bij een boek zo vaak “Oei, oei, oei” heb gedacht.

Dit is dus verre van het feministenboek van mijn dromen. Ik ga verder op zoek. Tot dan, blijf ver uit de buurt van Vrouw zijn, hoe doe je dat.

Vrouw zijn, hoe doe je dat, Caitlin Moran, De Arbeiderspers 2012

Rigor mortis

Dood zijn is te vergelijken met een verblijf op een cruiseschip, althans zo zie ik het.

Mary Roach’s boek vertelt over alles wat er met een lijf kan gebeuren (en gebeurt) nadat het is gestorven. Ze springt door de geschiedenis, langs anatomie, lijken als dummies en proefpersonen, kannibalisme en op welke manieren je van een lijk af kan komen. De auteur biedt veel informatie over de steeds wisselende gedachten over waar een lijf uit bestaat, wanneer de dood intreedt en wat de beste manier is om het na de dood te bergen.

Maar  de manier waarop Roach het doet, zit mij dwars. Dat het subjectief is, is niet meer dan logisch; het zijn haar ervaringen en haar gedachten over dit onderwerp, ze mag best laten doorschemeren wanneer ze ongemak voelt in de buurt van een afgesneden hoofd. Maar het eindeloze gebruik van vergelijkingen en het versimpelen van methodes gaf mij erg het gevoel dat de auteur de lezer niet zo vertrouwt. Daarnaast dragen haar mutsige omschrijvingen van de mensen die ze ontmoet nergens aan bij en kan ze soms beter haar mening bij zich houden. Bepaalde functies omschrijven als ‘afschuwelijk’ en ‘gruwelijk’ zorgen juist voor het tegenovergestelde van wat ze (naar mijn idee) met dit boek wil bereiken: dat de dood en mensen die er mee werken een realistischer imago krijgen.

Voor de informatie isRigor mortisdus zeker de moeite waard, maar probeer wel over de schrijfstijl heen te lezen. En regel een sterke maag: elke operatie, test en autopsie wordt uitvoerig beschreven.

Rigor mortis: Over de lotgevallen van de doden, Mary Roach, Norton 2003