Het geheugenpaleis

Andere overlevenden waren er niet.

Ik denk nog steeds aan ingelegde knoflook, al betwijfel ik of het in Nederland verkrijgbaar is. En er was ook iets met Robert de Niro en zijn vrouw in een oneerbiedige positie. Beiden zijn creaties uit Joshua’s Foer’s geheugenpaleis.

Foer twijfelt of we de ‘kunst van het onthouden’ langzaam vergeten. We hebben tenslotte non-stop toegang tot materiaal wat voor ons onthoudt. Nieuwsgierigheid over het geheugen, waarom we sommige dingen wel en andere dingen nooit kunnen onthouden en hoe dat te veranderen leidt hem naar een jaar van trainen voor geheugenkampioenschappen. Mensen die bij elkaar komen om te laten zien dat ze complete kaartspellen in enkele seconden uit hun hoofd kunnen leren, of willekeurige getallenreeksen.

De wereld van geheugenkampioenschappen en de mensen die er aan meedoen, zijn bijzonder. Zij zorgen -tussen de feiten over de geschiedenis van de geheugenkunst – voor de komische noot. Foer gaat sowieso geen moment het licht absurde van zijn queeste uit de weg, waardoor de soms aanwezige herhaling snel vergeten is.

Dit is geen roman. Soms wordt het een klein beetje te gimmicky door elke denkoefening en zijn vreemde details, maar de vrolijke verbazing die Foer over deze wereld en wat zijn geheugen kan, komt duidelijk over. En natuurlijk wil je nu weten wat Robert de Niro in een vreemd standje doet.

Het geheugenpaleis: De vergeten kunst van onthouden, Joshua Foer, De Bezige Bij 2011

Tonio

Ik heb zijn naam nooit vaker geroepen dan in de krap vier maanden die verstreken zijn sinds Zwarte Pinksterdag.

Oh, maar dit deed pijn. Dit is een requiem. Tonio is de zoon van A.F.Th. van der Heijden. Hij wordt op 21-jarige leeftijd doodgereden. Van der Heijden kan niets anders dan schrijven.

Het verhaal wordt geen moment sentimenteel, dat is misschien wel het ergste. In plaats van walgend het boek opzij te kunnen leggen door gebabbel over “hij is nu in een betere plek” is er alleen maar het zuigende verdriet dat niet loslaat. Dat roekeloos aan je schedel klauwt, zodat het lezen op sommige momenten niet eens meer fijn is, alleen maar oncomfortabel.

Dit is het eerste werk dat ik van A.F.Th. van der Heijden lees en met zo’n onderwerp weet ik natuurlijk niet in hoeverre het gelijk is aan zijn andere werk. Maar zijn heldere manier van schrijven, zonder enige poespas is heel aantrekkelijk.

Tonio is geen tussendoortje, wel een aanrader.

Tonio, A.F.Th. van der Heijden, De Bezige Bij 2011

Een huis vol

Een tijdje na onze verhuizing naar een voormalige anglicaanse pastorie in een dorp vol rustige anonimiteit in Norfolk moest ik naar zolder om uit te zoeken waar een traag maar raadselachtig gedrup vandaan kwam.

Ik had van verschillende kanten gehoord dat Bill Bryson echt verschrikkelijk leuk schreef. Misschien moet ik zijn vertalers dan maar vies aankijken. Maar de langdradigheid en neiging om álles met elkaar te verbinden, leg ik toch echt bij Bryson’s voeten neer. Misschien lag het aan mij, misschien verwachtte ik niet de levensloop van een persoon dat bijna de uitvinder was geworden van een uitvinding waarvan we tegenwoordig niet eens meer het nut van afweten in verband met een slaapkamer.

Er zijn zeker hoofdstukken die op een aantrekkelijke manier geschreven zijn. De connecties zijn duidelijk, de informatie prikkelend en amusant. Ik heb geleerd over de achtergrond van verschillende Engselse uitspraken, herkomsten van namen en grappige (geschiedenis)feithes. Het kan dan ook lovenswaardig genoemd worden dat Bryson ook aandacht aan de minder spannende en samenhangende informatie geeft, maar bij mij testte het echt mijn geduld.

Toch zal ik Bryson nog een kans geven. Met een kleiner boekje en in zijn eigen taal.

Een huis vol: Een kleine geschiedenis van het dagelijks leven, Bill Bryson, Atlas 2010

Wanneer je omringd bent door vlammen

Mijn vriendin Patsy vertelde me een verhaal.

Ik koos dit boek jaren geleden uit in een Parijse boekenwinkel (voor op mijn cadeaulijst!), puur op de titel en de cover. Ik denk dat het zo’n zes jaar heeft geduurd voor ik het uit de bibliotheek haalde (ik lees Frans niet zo goed).

Wanneer je omringd bent door vlammen is een autobiografie. Daar twijfelde ik eerst een beetje over, want ik ben niet zo’n autobiografiefan. Er is toch vaak een heel groot risico van kijk-mij-eens, smugness die een beetje drammerig wordt. Maar Sedaris, of hij het nu bewust doet of niet, toont zichzelf als zo’n lulletje rozewater dat maar overvallen wordt door het leven, dat al die arrogant nooit boven komt drijven. Ja, hij reist veel, maakt veel mee en krijgt veel waardering, maar toch blijft de toon “Jeetje, ik?”. Dat is verfrissend en soms zelfs hilarisch.

Met zijn reizen komt hij over heel de wereld en ook de omschrijvingen en situaties waar hij in terecht komt dragen bij aan het idee dat die David Sedaris toch maar geluk heeft om nog in het leven te zijn. Stuntelige pechvogel, ex-rookverslaafde, sociaal-vreemde die met de verkeerde mensen omgaat.

Niet alleen heeft Sedaris bewezen dat niet elke autobiografie vol hete lucht zit, ik ben nu ook erg benieuwd naar zijn fictieve werk.

Wanneer je omringd bent door vlammen, David Sedaris, Lebowski 2008

The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford

160 min.

I usually don’t watch films that share the plot in their title. It feels a bit like -as a viewer- you don’t have to go through any trouble anymore. Like you don’t need to invest your full attention to get to the climax because hey, you already know how it’s going to end. But in the name of my mini-mini western marathon (True Grit will follow), and simply because I was curious, I watched The Assassination. It showed me that knowing how the story ends doesn’t necessary has to be the most important part of a movie.

Warner Bros 2007
Warner Bros 2007

Jesse James is a criminal. He robs banks and trains and moves through the country to prevent arrest. Jesse James is also a mysterious, charming man and Robert Ford is absolutely obsessed by everything he does.  Yes, put this last sentence in a different context and you have a stalker story, one everyone knows how it will end. As the youngest brother, as the kid with nerves and little knowledge – Robert always gets the short end of the stick. No-one listens to him, no-one really sees him. And he so desperately wants to be seen. Jesse James probably knows this, picks up on the kicked puppy that is building a world around his personal life. But he doesn’t do anything about it.

The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford looks incredibly gorgeous. Especially the nature shots are worthy of a place on your wall, and the whole colour scheme and music make sure that you are pulled into this world. Watching it on a computer screen almost felt too modern. Casey Affleck (Robert Ford) shows how a 19-year-old’s imagination slowly starts running out of control while it’s a 100 percent understandable why people would follow the charm of Jesse James in the shape of Brad Pitt. James isn’t a hero, but he’s the meter other people are measured with.

This isn’t a shoot ’em up western, the guns here are subordinate to words and glances. And (long) pauses, because this genre isn’t familiar for it’s speedy delivery. That’s something you have to think of before starting, else you might get fed up with The Assassination around three quarters. And that would be -for the gorgeousness alone- a shame.

The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford, Warner Bros 2007

Strijdlied van de tijgermoeder

Veel mensen vragen zich af hoe het komt dat Chinese ouders over het algemeen zulke succesvolle kinderen voortbrengen.

Ik ben één van de mensen die dat niet doet. Wat werd ik af en toe nijdig van dit boek.

Voor degene waarbij de titel (Battle Hymn of a Tiger Mother) geen belletje doet rinkelen: toen dit boek uitkwam stond (even) de opvoedkundige wereld op zijn/haar kop. Chua had helemaal gelijk; de Westerse samenleving ging ten onder omdat ouders liever de beste vrienden van hun kinderen waren dan hun opvoeders. Het was niet meer dan logisch dat China binnenkort wereldmacht #1 zou zijn, want de mensen daar zorgden er wél voor het beste uit hun kind te halen.
Nee, helemaal niet waar. Een opvoeding zoals die in Strijdlied genoemd wordt, is bijna gelijk aan kindermishandeling en dit boek is een gruwelijk slecht voorbeeld.
En zo verder.

Allebei de kanten hebben goede punten. Kinderen kunnen best leren dat niet alles altijd maar leuk is en dat doorzetten geen enge ziekte is. Moeten daar dreigementen, geweld, vloeken en eindeloze ruzies voor gebruikt worden? Lijkt mij niet.

Of je het nu wel of niet eens bent met Chua, doet niet af aan de zelfvoldane toon waarmee ze alles opschrijft. Elke universiteit wil haar hebben, íedereen complimenteert haar met haar kinderen, uitnodigingen voor optredens in het buitenland ..alles wordt op haar conto geschreven. Zelfs als ze een momentje van zelfkritiek bespreekt, heeft het veel weg van ‘Dit doe ik even voor de lezer. Ik bén geen monster hoor’. Dat begint erg snel irritant te worden.

De auteur zei dat ze een boek wilde schrijven over Westers opvoeden versus Chinees opvoeden maar dat het veranderde in een boek over haar dochters en familie. Dat is haar maar gedeeltelijk gelukt, want Strijdlied van de tijgermoeder gaat vooral over Amy Chua zelf.

Strijdlied van de tijgermoeder, Amy Chua, Nieuw Amsterdam 2011

Why Be Happy When You Can Be Normal

When my mother was angry with me, which was often, she said, ‘The Devil lead us to the wrong crib.’

This was a surprise feminist story. And much more. Winterson admits that she can’t write chronologically, that her pen goes where her mind goes. So this is autobiographical, a story about growing into feminism, a story about adoption and a history shot: the frozen time of the sixties in a place that’s neither North nor South England. Don’t expect any laughs, because it’s a very sad story as well.

Jeanette Winterson is adopted by Ms. Winterson and her husband, a shadowy figure in the back that is never really part of anything. Ms. Winterson is an incredibly angry, joyless person who is waiting for the End of the World to happen. She is continuously disappointed by everything, disapproving and a dark cloud in Jeanette’s life. Even though you try to understand that this is a human being and there will be reasons for the way she is, it’s very easy to cast her as the horrible villain of this story.

Not that there are no other contenders for that spot. Society, the small town they live in and Jeanette herself, struggling with so many thoughts and feelings and always coming back to a point a not-adopted child simply couldn’t recognize as a problem. As a reader you’re ping-ponged between the heavy feelings of ‘why bother’, being unloved and never fitting in. It doesn’t make for a book you want to curl up with for a nice escape.

It makes a book that shows how incredibly important family is, how important the feeling of belonging and having connections are. To this day, Winterson is still working out how love fits into her life, how a healthy relationship should be. A lot of things are said by adoption, but this book gives you the first person view on it.

Why Be Happy When You Can Be Normal, Jeanette Winterson, Cape 2011

Vrouw zijn, hoe doe je dat

Daar ga ik, op mijn dertiende verjaardag.

Ik wil even benadrukken dat niet elke feminist denkt of functioneert zoals Caitlin Moran. Ik wil ook zeggen dat kritiek leveren op een andere feminist best kan, zonder aan te tonen dat feminisme een zuur, ruziënd zooitje is.
Op naar het boek.

Vrouw zijn, hoe doe je dat is een lawaaierige mix van memoires, meningen en “hilarisch” taalgebruik. Je bent schijnbaar geen sterke vrouw als je niet durft te roepen dat je een feministe bent en je borsten en vagina geen naam geeft. Zo’n toon. De auteur vindt het hoog tijd dat het militant feminisme terug komt en onderstreept dat met voorbeelden vol chagrijn.

Dat is jammer, want van tijd tot tijd heeft Moran stevige punten. Goede zelfs. Ze kan het dus wel, op een nuchtere manier bespreken wat wel en niet (volgens haar) onder feminisme valt. Het wordt alleen ondergesneeuwd door zinnen waarvoor je alleen uit schaamte om lacht. Ik kan mij niet herinneren wanneer ik laatst bij een boek zo vaak “Oei, oei, oei” heb gedacht.

Dit is dus verre van het feministenboek van mijn dromen. Ik ga verder op zoek. Tot dan, blijf ver uit de buurt van Vrouw zijn, hoe doe je dat.

Vrouw zijn, hoe doe je dat, Caitlin Moran, De Arbeiderspers 2012

Rigor mortis

Dood zijn is te vergelijken met een verblijf op een cruiseschip, althans zo zie ik het.

Mary Roach’s boek vertelt over alles wat er met een lijf kan gebeuren (en gebeurt) nadat het is gestorven. Ze springt door de geschiedenis, langs anatomie, lijken als dummies en proefpersonen, kannibalisme en op welke manieren je van een lijk af kan komen. De auteur biedt veel informatie over de steeds wisselende gedachten over waar een lijf uit bestaat, wanneer de dood intreedt en wat de beste manier is om het na de dood te bergen.

Maar  de manier waarop Roach het doet, zit mij dwars. Dat het subjectief is, is niet meer dan logisch; het zijn haar ervaringen en haar gedachten over dit onderwerp, ze mag best laten doorschemeren wanneer ze ongemak voelt in de buurt van een afgesneden hoofd. Maar het eindeloze gebruik van vergelijkingen en het versimpelen van methodes gaf mij erg het gevoel dat de auteur de lezer niet zo vertrouwt. Daarnaast dragen haar mutsige omschrijvingen van de mensen die ze ontmoet nergens aan bij en kan ze soms beter haar mening bij zich houden. Bepaalde functies omschrijven als ‘afschuwelijk’ en ‘gruwelijk’ zorgen juist voor het tegenovergestelde van wat ze (naar mijn idee) met dit boek wil bereiken: dat de dood en mensen die er mee werken een realistischer imago krijgen.

Voor de informatie isRigor mortisdus zeker de moeite waard, maar probeer wel over de schrijfstijl heen te lezen. En regel een sterke maag: elke operatie, test en autopsie wordt uitvoerig beschreven.

Rigor mortis: Over de lotgevallen van de doden, Mary Roach, Norton 2003