De geniale vriendin

Vanochtend belde Rino.

Naar mijn idee is de meeste hype over Elena Ferrante (wie is het echt?) en haar boeken alweer voorbij, maar zoals wel vaker gezegd: soms lees ik het liefst gehypete media ver na de hype, zodat ik ze neutraal kan ervaren. Voordeel met boeken is dat ze dan ook makkelijker in de bieb verkrijgbaar zijn.

Ik ben nog steeds vrij van mijn TRL, en De Geniale Vriendin leek licht genoeg tussen wat ik net had gelezen en nog ging lezen. Plus dat het gewoon een titel was waarvan ik net genoeg wist om het te herkennen in de bibliotheekkasten.

Enfin, dit is pas het eerste boek uit een serie, maar ik vermoed dat de anonimiteit van de auteur flink heeft bijgedragen aan de hype. Want ja, men krijgt een eerlijk kijkje in naoorlogs Napels, armoe versus rijkdom, de rol van meisjes en vrouwen en hoe sommigen daar uit proberen te klimmen. De levens van Elena en Lila in fijn detail, met Napels als heel de wereld. Een variatie van afwijkende karakters komt langs, en het is allemaal makkelijk weg te lezen. Maar wat wordt er gelezen?

Met een mannelijke auteur was dit alles waarschijnlijk een Groots Literair Werk genoemd, waar deze boeken weer als pulp en vakantieverhalen worden genoemd. Er is weinig meer dan het opgroeien van de twee meiden, en in hun opgroeien zit protest tegen de rol van vrouwen, het gezin als bouwsteen van de samenleving, hoe (gebrek aan) geld verschillende soorten rijkdom in de weg zit. Het is een interessante en frustrerende blik op recente geschiedenis, maar het eindeloos meeslepende en verslavende heb ik niet ervaren. Voor wie dat wel doet: er zijn nog drie andere boeken.

De geniale vriendin,  Elena Ferrante, Wereldbibliotheek 2013

De melancholie van het verzet

Aangezien de stoptrein die in de vorst verstarde plaatsen op de Zuidelijke Laagvlakte tussen de rivier de Tisza en de voet van de Karpaten met elkaar verbond, ondanks de warrige uitleg van de verdwaasd lans de rails drentelende spoorbeambte en de alsmaar stelliger beloften van de nerveus rondrennende stationschef nog steeds niet was aangekomen (‘Tja, weer eentje opgelost in het niets…” zei de spoorbeambte met wrange spot), vertrok er een vervangende trein, bestaande uit een afgekeurde, gammele 424 en twee krakkemikkige, met houten zitbanken ingerichte wagons, die slechts in dergelijk zogenaamde ‘bijzondere situaties’ mochten worden ingezet; daarmee zouden de lokale reizigers, die het uitvallen van de vergeefs verwachte stoptrein uit het westen betrekkelijk onverschillig en met halfslachtige berusting opnamen –

En zo ging de zin nog even door, en dit is niet de laatste die hele pagina’s in zal nemen. Ik vind het Oost-Europese redelijk herkenbaar in toon, maar De Melancholie van het verzet voegt een toon van het absurdistische sprookjesachtige toe. Het verhaal is misschien wel bruin en solide, maar dan in tinten en patroontjes. Misschien heeft het boek ook wel mijn kunnen om een rechtlijnige review te schrijven ondermijnd.

Want wat gebeurt er precies? Er komt een vreemd circus naar een schijnbaar (door de autoriteiten) verlaten en verwaarloosde stad. Geruchten en opstootjes maken het allemaal nog iets surrealistischer, en daar tussendoor sluipen, paraderen en stiefelen figuren als vanuit een kijkdoos. Is het massahysterie, of een zeer goed georganiseerde opruiming?

Het is geen boek voor de lezer met weinig geduld, noch degene die een duidelijke conclusie eist. Mocht je open staan voor iets surrealistisch tussen te lafhartige mensen … plan er tijd voor in.

De melancholie van het verzet, László Krasznahorkai, Wereldbibliotheek 2016

Het geluid van vallende sneeuw

Van bovenaf gezien leek Japan alle beloftes in te lossen.

Net zoals met Krekel, krekel was dit een boek dat ik gedeeltelijk wilde lezen om meer buiten de westerse wereld te lezen. Het geluid van vallende sneeuw scoort daar iets minder op omdat het door een Nederlandse wordt geschreven.

Dit is dan ook één van de punten die ik heb tegen het boek. Vooral in het begin kruipt er af en toe nog wat ‘Rare jongens, die Japanners’ in. Natuurlijk oordelen we vanuit wat we kennen, maar het is toch lastiger kijken naar het onbekende wanneer iemand anders zegt ‘Jeetje, wat vreemd’ voor je zelf dat besluit kunt maken.

De andere punten dan? Die paar pagina’s over Regnerus’ achtergrond halen de complete Huh, Japan-ervaring omlaag, maar dat is het ook wel. Verder laat het verschillende kanten van het land zien, topografisch en sociaal, is de taal benaderbaar en de invalshoek (voor een kunstenaarsbeurs naar de andere kant van de wereld) iets origineler dan Zoek Jezelf.

Niet slecht dus, voor een kijkje in een Aziatisch land. Maar dat zeg ik als onwetende Nederlandse.

Het geluid van vallende sneeuw, Jannie Regnerus, Wereldbibliotheek 2006